Vuur, een bezwering en een kom vol brandende drank. Queimada is geen gewone cocktail. Dit iconische drankje uit de Spaanse regio Galicië heeft iets magisch, iets duisters, iets dat je niet zomaar vergeet.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Alboloduy (Almería) door de eeuwen heen
Alboloduy, verstopt in de bergen van Almería, heeft flink wat meegemaakt. Vanaf het Neolithicum zaten er hier al mensen op de Peñón de la Reina. Geen grap: 1600 jaar voor Christus werd hier al gebouwd, gewoond en verdedigd. De Romeinen liepen er ook rond, later namen de Arabieren het over en vormden een van die bekende tahas tijdens het Koninkrijk Granada.
Na de Reconquista kwam alles op z’n kop te staan. Boabdil gaf Alboloduy op, en in 1504 kwam het in handen van Don Sancho de Castilla. Toen begonnen er stoelendansen met namen, titels en gebieden. Uiteindelijk kwam Alboloduy weer bovendrijven als hoofddorp, net op tijd voor een flinke groeispurt.
De cijfers en de mensen
In 1577 arriveerden 51 nieuwe bewoners: christenen uit het westen van Andalusië en daarbuiten. Niet veel, maar ze begonnen gewoon opnieuw. Tientallen jaren eerder woonden hier al 150 families, vooral morisken.
Vanaf de 18e eeuw ging het vlot: rond 1750 woonden er al ruim 1500 mensen, en dat bleef groeien tot bijna 2500 in 1857. Ohanesdruiven waren het lokale goud. Daarna begon de daling. Droogte, werkloosheid en emigratie eisten hun tol. In 1991 waren er nog 911 inwoners, nu zijn dat er zo’n 850. Klein, maar levendig. Alboloduy blijft beroemd om z’n muziek: de fanfare is top.
Klok, was, water en wijsheid
Een blikvanger in het dorp: de Torre del Reloj. Gebouwd in 1867, los van kerk of staat, met z’n drie bellen, metalen puntdak en sierlijke balustrade. De klok tikt hier het tempo van het dorpsleven. Zo belangrijk dat-ie zelfs in het gemeentewapen prijkt.
Niet ver daarvandaan: het Lavadero en de Caños. Ouderwets? Zeker. Maar briljant in eenvoud. Drinkwater uit zeven fonteintjes, een abrevadero voor de ezels, en een wasplek voor de vrouwen. Alles gevoed door een middeleeuws kanaal van vier kilometer dwars door de berg.
Waar daken over straat lopen
Alboloduy is ook het land van de tinaos. Dikke muren, lage doorgangen en houten balken boven je hoofd. Tinao del Ayuntamiento verbindt het plein met de Calle Trinquete. Tinao de la Fuente is een ouderwetse schat: smalle doorgang, muren van steen, dak van riet. En bovenop? Gewoon een woning. Bijzonder praktisch, bijzonder mooi.
Tinao el Anetillo is de nieuwste van het stel. Net iets moderner, maar nog steeds met uitzicht op de Mezquita-wijk én dat typische Alpujarra-karakter.
Gebouwen met verhaal
De kerk van San Juan Bautista heeft neoklassieke grandeur. Gebouwd aan het eind van de 18e eeuw, met symmetrie waar je u tegen zegt en een mix van baksteen, kalk en vakwerk. De Ermita del Santo Cristo staat wat eenvoudiger te wezen, maar zit vol charme, met z’n halfronde gewelven en spierwitte muren.
Er staan ook flink wat herenhuizen. Los Ríos, Los Cadenas, Los Gómez. Robuuste gevels, balkonnetjes met sierijzer en deuren die vast nog wat kunnen vertellen.
Uitkijkpunten en oud puin
Wil je hoogte, dan zit je goed. Op de Peñón del Moro staan restjes van een oud fort, waarschijnlijk Arabisch of zelfs ouder. De ligging is perfect: bovenop de rots, alles in de smiezen. De Peñón de la Reina is nog archeologischer: met sporen uit het Neolithicum, Bronstijd en meer. Van watercisterne tot ovale hut, het ligt er allemaal.
Nog even doorlopen? Drie kruisen, een oude era, het uitzicht vanaf La Ánimas. Alles ademt verleden.
Alboloduy vandaag
Klein, stil en eigenzinnig. Geen massatoerisme, wel verhalen. Het dorp is niet voor mensen die haast hebben. Maar wie stil blijft staan, ziet meer. Een klok, een wasplek, een kerk, een tinao. En een dorp dat weet waar het vandaan komt.
(c) foto en bron: www.dipalme.org
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Puerto de La Laja is een gehuchte van El Granado in de provincie Huelva, aan de oevers van de Guadiana. Lang was het een rustig landbouwdorpje. Tot de mijnbouw alles veranderde. Aan het einde van de negentiende eeuw transformeerde Puerto de La Laja in een van de belangrijkste mineraalverschepingspunten van Spanje. De oude laadkade diende eerst voor de export van mangaan uit de minas de Santa Catalina. Later groeide die rol spectaculair.
Villanueva de los Castillejos ligt in de comarca Andévalo, op 47 kilometer van de provinciehoofdstad Huelva. Een dorp met zo'n 3.000 inwoners, omringd door heuvels vol pijnbomen en eucalyptussen. Rustig, groen en dichter bij Portugal dan je denkt. De inwoners heten castillejeros. En ze zijn trots op wat ze hebben.






















