Twee verdiepingen vol Spaanse marinegeschiedenis. Dat is het Museo Naval in San Fernando, Cádiz, in een notendop... nee, dat woord mag niet. Gewoon: dit museum pakt groots uit.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Alpandeire, een wit dorpje hoog in de bergen van Málaga & Fray Leopoldo
Alpandeire ligt op bijna 700 meter hoogte in de Serranía de Ronda. Het dorp klimt omhoog langs een heuvelflank, met smalle straatjes die alle kanten op schieten. Bovenaan waakt het kerkhof over het geheel. Beneden bruist het rustig wit, authentiek en bijna tijdloos.
Dit is een van de kleinste dorpjes in de provincie Málaga. En net dat maakt het zo bijzonder.
Een dorp met diep historische wortels
Alpandeire heeft een lange geschiedenis. Al in de prehistorie waren er mensen actief in deze streek. Op de Cerro del Castillejo bevinden zich grotten die ooit bewoond werden. In de omgeving staan ook dolmens, zoals die van Encinas Borrachas en Montero.
Rond 711 bouwden de Moren het huidige dorp. Het was een van de eerste nederzettingen die zij in de Serranía de Ronda optrokken. Hamet el Zegri gebruikte de vesting op de Cerro del Castillejo als uitvalsbasis om Ronda in het oog te houden.
Na de Reconquista volgde een nieuwe fase. Filips III gaf opdracht het dorp opnieuw te bevolken, nadat de Moriscos werden verdreven.
San Antonio de Padua, de kathedraal van de Serranía
Midden in het dorp staat de parochiekerk San Antonio de Padua. Ze werd halverwege de zestiende eeuw gebouwd in opdracht van Diego de Deza, aartsbisschop van Sevilla. De huidige verschijning dateert grotendeels uit de achttiende eeuw.
Het interieur telt drie beuken met gewelven en een koepel boven het kruispunt. Buiten rijzen twee achthoekige klokkentorens van baksteen omhoog, bekroond met puntdaken. Locals noemen haar trots de kathedraal van de Serranía.
In de kerk worden ook twee goed bewaarde mummies bewaard, een man en een vrouw, gevonden in de buurt van de oude vesting.
Natuur om lang naar te staren
Wie van landschap houdt, zit hier goed. Het Valle del Genal strekt zich indrukwekkend uit in de vallei. De bergtoppen van Jarastepar, del Carnero en Pozancón bieden weids uitzicht. De rotspartijen van Canalizo en Infiernillo zijn spectaculair. En wie geluk heeft, hoort de waterval van El Chorrerón al van verre.
Wandelaars volgen graag het pad langs de route die Fray Leopoldo ooit nam van het treinstation van Jimera de Líbar naar Alpandeire.
Fray Leopoldo, de bekendste inwoner van Alpandeire
Francisco Tomás Márquez Sánchez werd op 24 juni 1864 geboren in Alpandeire. Als zoon van eenvoudige boeren groeide hij op in armoede, maar met een diepe katholieke overtuiging. Hij deelde van jongs af aan zijn eten met de armsten.
In 1899 trad hij in als kapucijner novice in Sevilla. Hij kreeg de naam Fray Leopoldo de Alpandeire. Vanaf 1914 woonde hij definitief in Granada, waar hij meer dan vijftig jaar door de straten bettelde. Niet voor zichzelf, maar voor zijn klooster en voor de armen.
De Granadeños waren dol op hem. Ze noemden hem Fray Nipordo, een verbastering van zijn naam in het lokale dialect. Hij praatte met kinderen over het geloof, met ouderen over hun zorgen. Elke dag opnieuw, in weer en wind.
Tijdens de Tweede Republiek en de Burgeroorlog kreeg hij te maken met bedreigingen en beledigingen. Zijn antwoord was altijd hetzelfde, de woorden van Jezus Christus. Op 92-jarige leeftijd stierf hij in 1956. Heel Granada liep uit voor zijn begrafenis.
In 2010 werd hij zalig verklaard door paus Benedictus XVI.
Het Fray Leopoldo centrum in Alpandeire
Zijn geboortehuis in Alpandeire is omgebouwd tot een toeristisch bezoekerscentrum. Er is een interpretatiecentrum aan hem gewijd en een monument ter ere van zijn persoon. Een straat draagt zijn naam. Net als het wandelpad richting Jimera de Líbar.
Elke negende van de maand bezoeken mensen zijn graf in Granada. Zijn nalatenschap leeft voort, in zijn geboorteplaats en ver daarbuiten.
(c) foto en bron: www.alpandeire.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Cazón en adobo, ook wel bienmesabe genoemd, is een klassieker uit de Andalusische keuken. In Cádiz noemen ze het gewoon adobo, punt uit. Iedereen weet dan meteen waarover het gaat. Deze gemarineerde en gefrituurde vis staat op elk terras naast een koud biertje. Krokant vanbuiten, mals vanbinnen en met een pittige kick door komijn en paprikapoeder.





















