In het midden van het stuwmeer van Guadalmellato in de provincie Córdoba staat een bijzondere bouwwerk te wachten. Het Morabito del Rey is een neomudejar paviljoen uit het begin van de twintigste eeuw, gebouwd op een verhoging die ooit een bergtopontje was. Vandaag is het een klein eilandje. Soms staat het droog. Altijd staat het er indrukwekkend bij.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Atajate: het kleinste dorp van de provincie Málaga
Atajate ligt midden in het Valle del Genal, in de Serranía de Ronda. Klein, authentiek en omringd door een landschap dat je van je stoel blaast. Vanaf de Mirador de Atajate kijk je uit over het volledige dal — in de lente een zee van groen, in de herfst een warm palet van oker en bruin.
Dit is het kleinste dorp van de provincie Málaga. En juist dat maakt het zo bijzonder.
Een geschiedenis die teruggaat tot de prehistorie
De oudste sporen in Atajate dateren uit de prehistorie: gepolijste bijlresten, gevonden in schuilplaatsen vlak bij het dorp. Het Valle del Genal was ideaal voor jagers en verzamelaars — met grotten als schuilplaats en de rivier als levensader.
Tijdens de Romeinse periode circuleerden munten en aardewerk in de regio, bewijs van handelscontacten met grote steden als Acinipo en Lacipo. De zogenaamde Torre de la Santa Cruz — lang voor Arabisch gehouden — blijkt na recent onderzoek laat-Romeins van oorsprong te zijn.
De Arabische roots van het dorp liggen op de Cerro del Cuervo, ook wel Los Tajos genoemd. De eerste schriftelijke vermelding van Atajate — als al-Tasas — staat in de Rawd-al-qirtás, een Arabische tekst waarin het Koninkrijk Granada grensvestingen overdroeg aan de Benimerins uit Marokko.
Na de Reconquista schonk Ferdinand en Isabella het dorp in 1496 aan prins Don Juan. In 1570 liepen huizen en kerk schade op tijdens de strijd tussen Moren en Christenen. In 1810 brandden de Napoleontische troepen het dorp neer — waarna de bewoners het met eigen handen herbouwden.
Ambacht dat generaties overleeft
Atajate houdt zijn tradities levend. Lokale ambachtslieden vlechten nog steeds manden van olijftakken en riet. Daarnaast zijn er de traditionele espadrilles, gemaakt van esparto en agavevezels.
Die espadrilles zijn hét symbool van het dorp geworden. Generatie op generatie hangen ze in miniatuurformaat aan de binnenspiegel van de auto.
Erfgoed om van te genieten
De smalle, gekasseide straatjes van Atajate vertellen hun eigen verhaal. Witte kalkstenen huizen staan dicht opeen, verbonden door steegjes die uitkomen op de hoofdstraat. Langs die straat vind je stenen motieven van de wijnstok — een knipoog naar de economische geschiedenis van het dorp.
Op het plein staat de Cruz de Piedra, een van de oudste bouwwerken van Atajate. De eenvoudige kalkstenen kruis dateert mogelijk uit de 16de eeuw en markeerde vroeger de weg naar Ronda. Begin 20ste eeuw kreeg het plein banken met azulejos en een laag muurtje rondom het kruis.
De Iglesia de San José werd rond 1830 gebouwd door het hele dorp — bewoners betaalden mee en werkten actief mee aan de bouw. De kerk heeft een Latijns kruisgrondplan met drie beuken en rijke muurschilderingen, zowel binnen als buiten zichtbaar. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog raakte het gebouw beschadigd en ging veel kerkelijk erfgoed verloren. Een kostbaar zwart processiemantel van de Maagd Maria werd gelukkig gered door twee vrouwen uit het dorp.
In de wijk Barrio Alto — het hoogste en oudste deel van Atajate — staat een fontein uit 1966, versierd met bloemen. Vroeger moesten vrouwen naar de rivier om te wassen. Vanaf 1932 bood het openbare wasplaats, El Pozancón, uitkomst. Niet alleen praktisch, maar ook sociaal: het was dé ontmoetingsplek van het dorp.
Wandelen door het Valle del Genal
Het landschap rondom Atajate bestaat uit wijngaarden, olijfbomen, kastanjebossen, kurkeiken en steeneiken. Richting het noorden verandert het landschap in karstformaties bij de Torcal — rots op zijn indrukwekkendst.
Langs de hoofdweg liggen picknickplaatsen waar je kunt stoppen, het uitzicht opnemen en tot rust komen. Het dal telt talloze wandelroutes door ongerepte natuur.
Via de A-369 rijd je langs meerdere witte dorpen: Atajate, Benadalid, Benalauría, Algatocín, Benarrabá en tot slot Gaucín — met zijn beroemde vesting en het altijd aanwezige silhouet van Gibraltar in de verte.
Atajate met een vrouwennaam
Op initiatief van het gemeentebestuur hangt aan elk huis in Atajate een keramische plaquette met een vrouwennaam. Iedere familie koos de naam van een vrouw die verbonden was aan het huis: een oma, overgrootmoeder, moeder of tante.
Tweehonderd plaquettes sieren de straten. Ze herdenken de vrouwen die het dorp droegen: als boerinnen, leressen, verzorgsters en opvoeders. Geïnspireerd door een citaat van Gloria Steinem — dat vrouwen wel de helft van het verleden vormden, maar niet de helft van de geschiedenis — zet dit project die vergeten namen alsnog op de kaart.
Het Mostomuseum: wijn in de openlucht
Mosto en Atajate zijn onlosmakelijk verbonden. Het openluchtmuseum toont het volledige productieproces van wijngaard tot glas — van de eerste druivenoogst tot het gieten van de mosto, de allereerste wijn uit de vendimia.
De belangrijkste druivenrassen van het dorp zijn de Tempranilla (vroeg, stevige schil), de Perruna (klein en zuur), de Uva de Rey (licht zoet, ook populair als tafeldruf met oud en nieuw) en de Uva de Loja (de lekkerste volgens de locals, met de zoetste mosto).
Na de oogst worden de druiven geperst met laarzen in oude perskuipen. Het sap rust veertig dagen in een vat of fles — vroeger "majuanas" genoemd. Daarna volgt de trasiego: het overhevelen naar een schoon vat om bezinksel te verwijderen. Hoe vaker je dat doet, hoe beter de mosto smaakt.
En er is een ongeschreven regel in Atajate: trasiego op bewolkte dagen? Dat doe je niet. Klinkt eigenzinnig, maar de lokale catadores zweren erbij.
(c) foto: www.atajate.net
bron: www.atajate.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Este - Ese - Aquel: Waarom heeft het Spaans DRIE verschillende woorden voor "dit" en "dat"?
Op 900 meter hoogte, omringd door drie natuurparken, maakt Doña Felisa Winery indruk nog voor je een druppel geproefd hebt. De bodega ligt in de schaduw van de Romeinse ruïnes van Acinipo, (Ronda, provincie Málaga) een streek die al eeuwenlang bekendstaat als het "Land van de Wijnen". Munten met druiventrossen en resten van oude wijnpersen vertellen het hoe en waarom.






















