De trein tussen Baeza en Utiel kwam er nooit. Het spoor bleef liggen, de rails verdwenen en de natuur nam het over. Vandaag rijd je op die oude route langs twee compleet verschillende landschappen. Eerst de vlakke velden van Albacete (provincie Jaén), dan de ruige bergen richting Alcaraz.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Cádiar: het kloppende centrum van La Alpujarra, Granada
Drie stadjes vormen samen het gemeentegebied van Cádiar: het gelijknamige hoofdstadje plus Narila en Yátor. Ze liggen ingeklemd tussen de imposante Sierra Nevada en de Sierra Contraviesa, vlakbij de Río Guadalfeo in de provincie Granada. Het laaggelegen Barrio Bajo toont je meteen hoe authentieke Alpujarra-architectuur eruitziet: witgekalkte huisjes, smalle straatjes en dat typische bergdorpje-gevoel.
De Britse schrijver Gerald Brenan had het goed door toen hij Cádiar 'de navel van La Alpujarra' noemde. Hij beschreef het als een levendige, vrolijke stad waar reizigers perfect kunnen bijtanken. Letterlijk trouwens, want dit is het enige tankstation in kilometers omtrek. Maar ook culinair zit je hier goed met diverse restaurants en de lokale wijnmakerij Barranco Oscuro, die uitstekende rode en witte wijnen produceert.
Slapen in een traditionele boerderij
Vlakbij Cádiar vind je de Alquería de Moyrama, een bijzondere plek om te overnachten. Dit verblijf is vormgegeven als een klassieke Andalusische finca en dankt z'n naam aan de vrouw van Boabdil. Binnen blader je door een goed gevulde bibliotheek, proef je wijnen in de traditionele kelder of bewonder je archeologische en etnologische schatten uit de regio in de museumruimtes.
Voor wandelaars is het interessant dat de GR-7 dwars door Cádiar loopt. Dit lange-afstandspad verbindt Griekenland met het meest westelijke puntje van Andalusië.
Van rechterstoel tot rebellenbasis
De naam Cádiar komt van het Arabische 'al cadi', wat rechter betekent. Tijdens de Moorse overheersing zetelde hier de hoogste rechter van Oost-Alpujarra. Het stadje bestond toen uit vijf wijken plus twee andere nederzettingen. Later, tijdens de opstand tegen Filips II, werd Cádiar het thuishonk van Aben-Xaguar, de oom van rebellenleider Aben-Humeya.
In een bos bij het stadje kreeg de eerste rebellenleider zijn kroon opgezet. Ironisch genoeg smeedden samenzweerders hier ook het complot dat hem ten val bracht, zodat zijn neef Aben-Aboo hem kon opvolgen. In de 15e eeuw was Cádiar belangrijk genoeg om officieel de stadstatus te krijgen. Na de verdrijving van de Moren vertrokken grote groepen inwoners. Nieuwkomers uit andere Spaanse streken vulden de leegte op.
Eten en drinken als een local
De bakkers in Cádiar maken fantastisch brood. De lokale keuken draait verder om stevige stoofschotels en heerlijke nagerechten. Rijst met patrijs of konijn staat vaak op het menu, net als vlees van de barbecue en traditioneel Moors gebak. Bij de Bodega del Barranco Oscuro schenkt Manuel Valenzuela z'n eigen wijnen, die perfect passen bij deze streekgerechten.
(c) foto en bron: turgranada.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
La Vuelta viert dit jaar zijn 81ste editie en dat wordt geen gewone rittenkoers. Van 22 augustus tot 13 september 2026 trekt het peloton langs de Middellandse Zee, met een absolute primeur op het einde. Andalusië krijgt de eer om de ronde af te sluiten en dat voelt als een echte kroon op het werk.






















