De Arco del Cobertizo is een twaalfde-eeuwse Moorse boog die vroeger de hoofdingang vormde van de versterkte stad. Dit stukje middeleeuws erfgoed staat nog altijd rechtop in het centrum van Alhaurín el Grande, provincie Málaga, vlak naast de Iglesia de la Encarnación in de wijk Bajondillo. De boog maakte deel uit van de stadsmuur die destijds het dorp beschermde tegen indringers.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

Castillo de Castell de Ferro, Granada
Een kasteel op een heuvel aan zee
Het Castillo de Castell de Ferro staat op 90 meter hoogte, bovenop een heuvel in het gelijknamige plaatsje in de provincie Granada. De locatie is slim gekozen: het fort kijkt uit over de rivier de Gualchos (ook wel Rubite genoemd) die zich hier in tweeën splitst. Aan de voet ligt het dorp dat zijn naam dankt aan dit kasteel, ingeklemd tussen het strand van Sotillo in het westen en het strand van Cambriles in het oosten. Deze stranden bestaan uit zand dat de rivier door de eeuwen heen heeft aangevoerd.
Links en rechts van het kasteel staan torens: de Torre de la Estancia in het westen en de Torre de Cambriles in het oosten. De plek heeft door de geschiedenis heen verschillende namen gehad: Ara de Quernellach (voor de 12e eeuw), Masalferruch (12e eeuw), Arain (14e eeuw), Sayena (16e eeuw) en Castil de Ferro (16e tot 18e eeuw).
Poort naar Las Alpujarras
De keuze voor deze locatie was niet toevallig. Het gebied bood een uitstekende natuurlijke haven en ankerplaats. Belangrijker nog: het kasteel functioneerde als toegangspoort tot de Alpujarras, het berggebied dat voor strategische controle cruciaal was. Of het fort zijn oorsprong vindt bij de Romeinen of de Feniciërs blijft onduidelijk, maar de huidige bouwstijl verraadt duidelijk de hand van de Nasriden, het laatst overgebleven islamitische koninkrijk in Spanje.
Na de christelijke verovering kreeg het fort een nieuwe functie: Berberse piraten uit Noord-Afrika tegenhouden. Deze zeerovers landden regelmatig aan deze kust, trokken landinwaarts tot in de Alpujarras en gingen er vandoor met buit en gegijzelden. De bezetting varieerde door de tijd heen. Begin 15e eeuw telde het fort 30 soldaten. Later werd dit teruggebracht tot 11 infanteristen. In 1764 bestond de bemanning uit een officier, twee korporaals, 16 soldaten, een korporaal met vier artilleristen, een magazijnbewaarder en een kapelaan.
Van explosie tot ruïne
In 1849 stond het kasteel al in puin. In april 1836 sloeg de bliksem in het kruit dat er lag opgeslagen. De explosie verwoestte de oostelijke kant volledig. Volgens andere bronnen vernielden de Britten het fort tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Hoe het ook zij, het bouwwerk heeft betere tijden gekend.
Ribat met latere aanpassingen
De oorspronkelijke constructie was typisch een ribat, een islamitisch verdedigingsfort dat later is aangepast. Het Arabische ontwerp bestond uit twee delen: de toren en het voorplein. De toren heeft de vorm van een prisma met drie verdiepingen en een platform met een halfrond gewelf. In de kelder zat een waterreservoir.
Het rechthoekige voorplein diende als binnenplaats met een moskee en cellen voor de krijgsmonniken. Aan beide uiteinden stonden kleine torens met daartussen de toegangspoort. Je kon de toren alleen bereiken via een ophaalbrug die uitkwam op de tweede verdieping. Eind 16e eeuw voegde men er een halfronde batterij aan toe, compleet met borstwering die rustte op een barbacane (een vooruitgeschoven verdedigingsmuur).
Beschermd erfgoed
Het kasteel valt onder de algemene bescherming van Spaanse kastelen via het koninklijk besluit van 22 april 1949 en de Wet op het Historisch Erfgoed van 25 juni 1985. Beide regelingen zorgen ervoor dat dit stukje Spaanse geschiedenis behouden blijft voor volgende generaties.
(c) foto en bron: costatropical.com
Misschien boeien deze berichten u ook?
Even buiten Málaga stad ligt een bijzonder stukje natuur: de monding van de Guadalhorce. Dit natuurgebied van 122 hectare strekt zich uit tussen de twee laatste armen van de rivier, vlak voor ze de Middellandse Zee bereiken. Een mix van lagunes, rivieroevers en zandstranden zorgt voor een afwisseling waar planten en dieren het hele jaar door hun plek vinden.
Pasta Italiaans? Klopt. Chorizo Spaans? Check. Samen in één pan? Dát is pas een culinaire clash die werkt. Deze penne alla vodka met chorizo haalt het beste uit twee keukens en gooit het in een romige tomatensaus waar je vingers bij aflikt. De pikante worst geeft de klassieke vodkasaus precies die extra bite die je niet wist dat je nodig had.






















