Puerto de La Laja is een gehuchte van El Granado in de provincie Huelva, aan de oevers van de Guadiana. Lang was het een rustig landbouwdorpje. Tot de mijnbouw alles veranderde. Aan het einde van de negentiende eeuw transformeerde Puerto de La Laja in een van de belangrijkste mineraalverschepingspunten van Spanje. De oude laadkade diende eerst voor de export van mangaan uit de minas de Santa Catalina. Later groeide die rol spectaculair.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Coín (Málaga)
Coín is de hoofdplaats van de regio Valle del Guadalhorce en ligt op 36 kilometer ten zuidwesten van Málaga. Met een hoogte van 210 meter boven zeeniveau en een gemiddelde temperatuur van 17°C is het een aangename plek. Het gebied beslaat 128,4 km² en telt ongeveer 24.000 inwoners, die bekendstaan als coineños of coínos.
Natuur en omgeving
De ligging tussen de Middellandse Zee en het binnenland van Andalusië zorgt voor een gevarieerd landschap. De Sierra de Alpujata vormt een natuurlijke grens tussen het binnenland en de kust. In de hoger gelegen gebieden domineren kurkeiken en pijnbomen, terwijl de lagere delen vruchtbare landbouwgronden bevatten. Rondom Río Grande zijn uitgestrekte citrusboomgaarden en subtropische gewassen te vinden.
Bezienswaardigheden in de omgeving zijn onder andere de bossen van Alpujata, La Fuente, El Charco del Infierno en La Albuquera. Dit zijn ideale plekken voor natuurliefhebbers en wandelaars.
Geschiedenis van Coín
Archeologische vondsten tonen aan dat het gebied al in de prehistorie werd bewoond. Tijdens de Romeinse tijd stond de stad bekend als Lacibis, later aangepast naar La Cobin. De Arabieren veranderden de naam in Dacuan, wat later Cohine werd. Tijdens de Moorse periode groeide Coín uit tot een belangrijke stad.
In de 10e eeuw werd Coín versterkt door Abderraman III om aanvallen van opstandige moslims tegen het kalifaat van Córdoba af te weren. In 1485 werd de stad veroverd door de katholieke koningen. De laatste moslims werden in de 16e eeuw verdreven, waarna nieuwe bewoners uit andere delen van Andalusië en Extremadura de stad opnieuw bevolkten. In 1925 kreeg Coín de officiële dorpsstatus van koning Alfonso XIII.
Belangrijke monumenten
Antiguo Convento de Santa María de la Encarnación
Dit historische klooster kreeg in 2008 de status van BIC (Bien de Interés Cultural). Na een restauratie is het gebouw in uitstekende staat.
Oud gemeentehuis
Het voormalige gemeentehuis, gebouwd in 1863, huisvest tegenwoordig het toeristenbureau van Coín. Het werd tot 2005 als stadhuis gebruikt.
Ermita de Nuestra Señora de la Fuensanta
Deze kapel is elk jaar vanaf 1 mei geopend tot aan de jaarlijkse bedevaart ter ere van de beschermheilige.
Hospital de la Caridad en Iglesia de San Andrés
Dit 16e-eeuwse gebouw is momenteel gesloten vanwege renovaties. De bijbehorende kapel maakt deel uit van het historische erfgoed.
Iglesia San Juan Bautista
Deze kerk uit 1505 is een cultureel erfgoedmonument sinds 2010. Het bouwwerk is een belangrijk religieus centrum in de regio.
Torre de los Trinitarios
Dit is het enige overblijfsel van het voormalige Trinitariërklooster uit de 17e eeuw. De toren heeft een unieke driehoekige vorm, wat een architectonische bijzonderheid is.
Waarom Coín bezoeken?
Coín biedt een combinatie van natuur, geschiedenis en authentieke Andalusische architectuur. De stad ligt gunstig tussen de kust en het binnenland en is een uitstekende uitvalsbasis om de regio Valle del Guadalhorce te verkennen.
(c) foto en bron: turismocoin.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Villanueva de los Castillejos ligt in de comarca Andévalo, op 47 kilometer van de provinciehoofdstad Huelva. Een dorp met zo'n 3.000 inwoners, omringd door heuvels vol pijnbomen en eucalyptussen. Rustig, groen en dichter bij Portugal dan je denkt. De inwoners heten castillejeros. En ze zijn trots op wat ze hebben.
Lebrija, provincie Sevilla, ligt ingeklemd tussen moerasland, wijngaarden en pottenbakkerijen, hoog boven de vlakke marisma van de Bajo Guadalquivir. Aan de horizon steekt een slanke toren omhoog. De plaatselijke bevolking noemt haar de Giraldilla, vanwege haar opvallende gelijkenis met de beroemde toren van de Sevillaanse kathedraal. Die naam zegt meteen wat voor stad dit is: een plek met karakter, geschiedenis en een gezonde dosis trots.






















