Las Cabezas de San Juan in de provincie Sevilla schreef op 1 januari 1820 geschiedenis. In dit Andalusische stadje riep luitenant-kolonel Rafael de Riego de Spaanse grondwet uit, die jaren eerder in Cádiz werd gezworen. Dit moedige moment maakte een einde aan het absolutisme van Fernando VII en de Spaanse Inquisitie. Spanje kreeg zo zijn eerste constitutionele monarchie.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

Coín (Málaga)
Coín is de hoofdplaats van de regio Valle del Guadalhorce en ligt op 36 kilometer ten zuidwesten van Málaga. Met een hoogte van 210 meter boven zeeniveau en een gemiddelde temperatuur van 17°C is het een aangename plek. Het gebied beslaat 128,4 km² en telt ongeveer 24.000 inwoners, die bekendstaan als coineños of coínos.
Natuur en omgeving
De ligging tussen de Middellandse Zee en het binnenland van Andalusië zorgt voor een gevarieerd landschap. De Sierra de Alpujata vormt een natuurlijke grens tussen het binnenland en de kust. In de hoger gelegen gebieden domineren kurkeiken en pijnbomen, terwijl de lagere delen vruchtbare landbouwgronden bevatten. Rondom Río Grande zijn uitgestrekte citrusboomgaarden en subtropische gewassen te vinden.
Bezienswaardigheden in de omgeving zijn onder andere de bossen van Alpujata, La Fuente, El Charco del Infierno en La Albuquera. Dit zijn ideale plekken voor natuurliefhebbers en wandelaars.
Geschiedenis van Coín
Archeologische vondsten tonen aan dat het gebied al in de prehistorie werd bewoond. Tijdens de Romeinse tijd stond de stad bekend als Lacibis, later aangepast naar La Cobin. De Arabieren veranderden de naam in Dacuan, wat later Cohine werd. Tijdens de Moorse periode groeide Coín uit tot een belangrijke stad.
In de 10e eeuw werd Coín versterkt door Abderraman III om aanvallen van opstandige moslims tegen het kalifaat van Córdoba af te weren. In 1485 werd de stad veroverd door de katholieke koningen. De laatste moslims werden in de 16e eeuw verdreven, waarna nieuwe bewoners uit andere delen van Andalusië en Extremadura de stad opnieuw bevolkten. In 1925 kreeg Coín de officiële dorpsstatus van koning Alfonso XIII.
Belangrijke monumenten
Antiguo Convento de Santa María de la Encarnación
Dit historische klooster kreeg in 2008 de status van BIC (Bien de Interés Cultural). Na een restauratie is het gebouw in uitstekende staat.
Oud gemeentehuis
Het voormalige gemeentehuis, gebouwd in 1863, huisvest tegenwoordig het toeristenbureau van Coín. Het werd tot 2005 als stadhuis gebruikt.
Ermita de Nuestra Señora de la Fuensanta
Deze kapel is elk jaar vanaf 1 mei geopend tot aan de jaarlijkse bedevaart ter ere van de beschermheilige.
Hospital de la Caridad en Iglesia de San Andrés
Dit 16e-eeuwse gebouw is momenteel gesloten vanwege renovaties. De bijbehorende kapel maakt deel uit van het historische erfgoed.
Iglesia San Juan Bautista
Deze kerk uit 1505 is een cultureel erfgoedmonument sinds 2010. Het bouwwerk is een belangrijk religieus centrum in de regio.
Torre de los Trinitarios
Dit is het enige overblijfsel van het voormalige Trinitariërklooster uit de 17e eeuw. De toren heeft een unieke driehoekige vorm, wat een architectonische bijzonderheid is.
Waarom Coín bezoeken?
Coín biedt een combinatie van natuur, geschiedenis en authentieke Andalusische architectuur. De stad ligt gunstig tussen de kust en het binnenland en is een uitstekende uitvalsbasis om de regio Valle del Guadalhorce te verkennen.
(c) foto en bron: turismocoin.es
Misschien boeien deze berichten u ook?
Het Castillo de la Duquesa ligt aan de kust van Manilva, provincie Málaga, gebouwd in 1767 door Francisco Paulino uit Sevilla. Koning Karel III gaf hem hiervoor de eer om een cavalerie-compagnie aan te voeren. De timing was strategisch: Spanje wilde Gibraltar terugveroveren van Engeland, en deze ankerplaats moest beschermd worden.


























