Tien jaar geleden reed je er zo doorheen. San Pedro de Alcántara, Costa del Sol, provincie Málaga, was een doorsnee Spaans stadje met een doorgaande weg, wat terrasjes en een handvol winkeltjes. Alleen locals kwamen naar het strand. Toeristen? Die vond je er nauwelijks.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

El camino de Andalucía
Eeuwenlang was er maar één manier om van het Spaanse binnenland naar het zonnige zuiden te reizen: te voet, te paard of per kar over stoffige wegen. Vanuit Toledo splitsten de routes zich richting het dal van Alcudia, het dal van de Guadalquivir of het ruige Muradal-gebergte. Wie naar de koninkrijken Jaén of Granada ging, had keuze genoeg aan kronkelwegen, maar niet aan comfort.
Toen Spanje zijn handel met Amerika via Sevilla en later Cádiz begon te regelen, kreeg de route Madrid–Sevilla–Cádiz een flinke boost. Toch bleef het vervoer eeuwenlang traag. Tot ver in de 18e eeuw zag het wegennet er nog net zo uit als in de middeleeuwen: hobbelig, stoffig en met veel tussenstops.
Camino de las Ventas
Tussen Toledo en Sevilla telde je acht dagen reizen en twee dagen rust. Onderweg kon je overnachten in talloze ventas, herbergen waar reizigers hun paarden verzorgden en hun voeten rust gunden. Vooral in de provincie Córdoba stond het vol met deze pleisterplaatsen. Op nog geen zestig kilometer tussen Conquista en Adamuz stonden er maar liefst tien: van Venta Nueva tot Aguadulce. Een soort 18e-eeuwse snelweg vol herbergen, zeg maar.
Despeñaperros: de nieuwe doorgang
In 1779 begon de bouw van een nieuwe route door de kloof van Despeñaperros. Dat was geen makkie: bruggen, afgravingen en aarden wallen waren nodig om het traject begaanbaar te maken. Toch werd het project, geleid door ingenieur Carlos Lemaur, een succes. Binnen een paar jaar werd dit dé doorgang tussen het noorden en Andalusië.
Het succes was zo groot dat men dacht dat Despeñaperros de enige toegang tot Andalusië was. Rondom de nieuwe weg ontstonden zelfs nieuwe dorpen, bevolkt door Duitse en Vlaamse kolonisten, die het gebied veiliger moesten maken.
Van karrespoor naar levensader
Met de opening van de Despeñaperros-route kreeg Spanje eindelijk een moderne verbinding met Andalusië. De reis van Madrid naar Sevilla werd sneller, veiliger en vooral: veel minder stoffig. Wat ooit een eindeloze tocht was langs herbergen en bergpassen, werd de hoofdslagader tussen hoofdstad en zuiden. Een weg die Spanje letterlijk bij elkaar bracht.
(c) afbeelding en bron: www.juntadeandalucia.es
Misschien boeien deze berichten u ook?
Plaza de Toros de Marbella, provincie Málaga, is meer dan een stierenvechtarena. Het is een icoon van Andalusische traditie en cultuur, midden in een stad die bruist van leven. De arena trekt jaarlijks duizenden bezoekers voor stierengevechten, concerten en culturele evenementen. Een plek waar historie en modern vermaak elkaar ontmoeten.
Midden in het Andalusische landschap bij Utrera (provincie Sevilla) staat Torre de Lopera. Deze stevige wachttoren hield eeuwenlang de boel in de gaten. Vanuit dit uitkijkpunt kon je zo de Torre del Bollo en het kasteel van Las Aguzaderas zien. Handig als je de vijand aan zag komen. De toren staat op privéterrein, dus even bellen voor je langskomt.


























