Het Castillo de Almogía ligt zo'n 24 kilometer ten noorden van Málaga, langs een van de oude routes naar Antequera. Het dorp markeert de westelijke rand van wat vroeger de Xarquía heette, een naam die paradoxaal genoeg "oostelijke zone" betekent. Almogía zelf ligt juist ten westen van de hoofdstad.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

El camino de Andalucía
Eeuwenlang was er maar één manier om van het Spaanse binnenland naar het zonnige zuiden te reizen: te voet, te paard of per kar over stoffige wegen. Vanuit Toledo splitsten de routes zich richting het dal van Alcudia, het dal van de Guadalquivir of het ruige Muradal-gebergte. Wie naar de koninkrijken Jaén of Granada ging, had keuze genoeg aan kronkelwegen, maar niet aan comfort.
Toen Spanje zijn handel met Amerika via Sevilla en later Cádiz begon te regelen, kreeg de route Madrid–Sevilla–Cádiz een flinke boost. Toch bleef het vervoer eeuwenlang traag. Tot ver in de 18e eeuw zag het wegennet er nog net zo uit als in de middeleeuwen: hobbelig, stoffig en met veel tussenstops.
Camino de las Ventas
Tussen Toledo en Sevilla telde je acht dagen reizen en twee dagen rust. Onderweg kon je overnachten in talloze ventas, herbergen waar reizigers hun paarden verzorgden en hun voeten rust gunden. Vooral in de provincie Córdoba stond het vol met deze pleisterplaatsen. Op nog geen zestig kilometer tussen Conquista en Adamuz stonden er maar liefst tien: van Venta Nueva tot Aguadulce. Een soort 18e-eeuwse snelweg vol herbergen, zeg maar.
Despeñaperros: de nieuwe doorgang
In 1779 begon de bouw van een nieuwe route door de kloof van Despeñaperros. Dat was geen makkie: bruggen, afgravingen en aarden wallen waren nodig om het traject begaanbaar te maken. Toch werd het project, geleid door ingenieur Carlos Lemaur, een succes. Binnen een paar jaar werd dit dé doorgang tussen het noorden en Andalusië.
Het succes was zo groot dat men dacht dat Despeñaperros de enige toegang tot Andalusië was. Rondom de nieuwe weg ontstonden zelfs nieuwe dorpen, bevolkt door Duitse en Vlaamse kolonisten, die het gebied veiliger moesten maken.
Van karrespoor naar levensader
Met de opening van de Despeñaperros-route kreeg Spanje eindelijk een moderne verbinding met Andalusië. De reis van Madrid naar Sevilla werd sneller, veiliger en vooral: veel minder stoffig. Wat ooit een eindeloze tocht was langs herbergen en bergpassen, werd de hoofdslagader tussen hoofdstad en zuiden. Een weg die Spanje letterlijk bij elkaar bracht.
(c) afbeelding en bron: www.juntadeandalucia.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Het grootste treinstation van Málaga opende in 2007 op de plek waar al sinds 1863 treinen rijden. Je vindt het aan de Explanada de la Estación, in het zuidwesten van het stadscentrum. De busstation staat er letterlijk naast, de haven ligt op 2 km en de luchthaven op 9 km. Die luchthaven is rechtstreeks verbonden via de Cercanías, de lokale treinlijn.
Pal aan de bron van de Río Genal, net buiten het witte dorpje Igualeja in de provincie Málaga, hangt een via ferrata die je armen en hoofd tegelijk aan het werk zet. Moeilijkheidsgraad: gemiddeld tot hoog. Niks voor op een luie zondag, alles voor wie van een uitdaging houdt.






















