Het Castillo de la Duquesa ligt aan de kust van Manilva, provincie Málaga, gebouwd in 1767 door Francisco Paulino uit Sevilla. Koning Karel III gaf hem hiervoor de eer om een cavalerie-compagnie aan te voeren. De timing was strategisch: Spanje wilde Gibraltar terugveroveren van Engeland, en deze ankerplaats moest beschermd worden.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

El Palmar de Troya, Sevilla: uitkijktoren aan de Guadalquivir
Dorpsroots met een verhaal
El Palmar de Troya telt net geen 2.500 inwoners en ligt precies tussen Sevilla en Jerez. De naam klinkt exotisch, maar komt gewoon van de palmitos die hier volop groeien, én van het oude Cortijo de Troya iets verderop. Veel van de huidige bewoners stammen af van landarbeiders en gevangenen uit de Spaanse Burgeroorlog. Die laatste groep werkte aan het stuwmeer Torre del Águila, waarmee de streek vruchtbaar werd gemaakt.
Torre del Águila: wachttoren met geschiedenis
Zeven kilometer buiten het dorp doemt hij op: de Torre del Águila. Geen nieuwe jongen in de buurt. Al in 1348 stond hij in de boeken, onder toezicht van een alcaide die werd betaald door het stadsbestuur van Sevilla. Tussen 1.000 en 3.000 maravedíes per jaar, keurig uitbetaald aan het eind van de zomer.
Die toren was geen losstaand bouwwerk. Er werd geïnvesteerd: wapens, deuren, manschappen. Een groep van 24 verdedigers hield hier de wacht. En dat was nodig. In de 15e eeuw kwamen er geregeld aanvallen uit de richting van Ronda. De toren bood bescherming én een kans voor herbevolking van het gebied, dat toen nog tot de ruige Banda Morisca behoorde.
Hij staat trouwens op Romeinse resten. Siarum heette de stad die hier ooit lag.
Laguna de Zarracatín: zout en zeldzaam
Twee kilometer ten zuiden van het dorp ligt de laguna de Zarracatín. Een zoute plas middenin het agrarische landschap. Het is de grootste van het Endorreïsche Complex van Utrera, samen met de lagunes van Arjona en Alcaparrosa.
Geen diepe plas, wel een met karakter. Hij wordt gevuld door regen, seizoensbeekjes en ondergrondse toevoer. Door het zoute water groeien er planten die dol zijn op zout, zoals halofyten en andere zoutegrassen. Ook is er riet en tamarisk.
Vogels zijn fan. Vooral de flamingo komt hier graag snacken. Zarracatín is dan ook belangrijk als tussenstop en kraamkamer voor trekvogels.
Torre de Troya: vierkant en van steen
Op een heuvel ten oosten van El Palmar de Troya staat de Torre de Troya. Je ziet van daaruit alles: het dorp, de Torre del Águila, het stroompje Salado. Geen toeval dus dat deze plek al sinds de 14e eeuw dienstdoet als uitkijkpost.
Het bouwwerk is vierkant, twee verdiepingen hoog, met dikke muren en een fraaie koepelvormige gewelf. Een klok met het jaartal 1792 verraadt een latere opknapbeurt. De toren werd in 1985 uitgeroepen tot beschermd cultureel erfgoed.
Samen met andere wachttorens in de regio maakte hij deel uit van het verdedigingssysteem tegen invallen vanuit het zuiden. Niet losstaand, maar in verbinding met torens als de Ventosilla en de Águila.
Samengevat
El Palmar de Troya is klein, maar zit vol grote verhalen. Van strategische wachttorens tot zoutwaterlagunes waar flamingo’s hun buikje rond eten. Klinkt droog, is het zeker niet.
(c) foto en bron: turismoelpalmardetroya.es
Misschien boeien deze berichten u ook?
Gualchos-Castell de Ferro combineert het beste van twee werelden. Gualchos ligt landinwaarts tussen de heuvels, terwijl Castell de Ferro zich uitstrekt langs de Middellandse Zee. Deze gemeente in Granada biedt 2 kilometer strand, waar je afwisselend grof en fijn zand vindt. De kustlijn strekt zich uit over 5,5 kilometer met kliffen die vissers als magneten aantrekken.


























