De trein tussen Baeza en Utiel kwam er nooit. Het spoor bleef liggen, de rails verdwenen en de natuur nam het over. Vandaag rijd je op die oude route langs twee compleet verschillende landschappen. Eerst de vlakke velden van Albacete (provincie Jaén), dan de ruige bergen richting Alcaraz.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Huelma, het verborgen zuiden van Jaén
Huelma telt iets meer dan 5.500 inwoners en ligt aan de zuidkant van de comarca Sierra Mágina, vlak bij de provinciale grens met Granada in de provincie Jaén. De witte straten kronkelen omhoog richting de kasteelruïne die boven het dorp waakt. Dat samenspel van architectuur en landschap leverde Huelma in 1971 de status van Historisch-Artistiek Ensemble op. Terecht.
Jaén ligt op 50 kilometer. Granada op 81. Huelma is dus geen eindbestemming voor wie snel wil rijden, maar wel voor wie iets wil zien dat de meeste toeristen links laten liggen.
Natuur die indruk maakt
Een derde van het gemeentelijk grondgebied valt binnen het Parque Natural de Sierra Mágina. De hoogste toppen reiken boven de 2.000 meter uit. Vervolgens daalt het terrein geleidelijk naar de rivier de Jandulilla in het oosten van het gebied. Spectaculaire uitzichten zijn hier geen uitzondering, maar de standaard.
Olijven, meubels en schapen
De economie van Huelma rust op meerdere pijlers. Landbouw voert de boventoon, met olijfgaarden als verreweg het grootste gewas, gevolgd door graan. Er is ook een olijfoliecoöperatie die werkt onder de Denominación de Origen Sierra de Mágina.
De meubelindustrie is de tweede grote motor. Houten meubelen uit Huelma bereiken markten in binnen- en buitenland. Ook de keramiek- en textielsector zijn aanwezig.
Wie van schapen houdt, komt hier ook aan zijn trekken. De plaatselijke montesina-schapensoort stamt uit de berggebieden van Granada en het zuiden van Jaén en wordt hier al generaties lang gekweekt.
Huelma en de Iberiërs
Huelma maakt deel uit van de toeristische route "Viaje al tiempo de los íberos." Op het landgoed Cortijo Pajarillo ligt een Iberisch heiligdom uit de 4e eeuw voor Christus. Het is een van de meest bijzondere vondsten van Iberische beeldhouwkunst in de hele provincie Jaén.
Het Santuario Heroico de El Pajarillo werd in 1993 opgegraven en in 2006 uitgeroepen tot Bien de Interés Cultural. Dat zegt genoeg over de waarde ervan.
Vijfduizend jaar geschiedenis in één dorp
De vroegste menselijke aanwezigheid in Huelma dateert van rond het vijfde millennium voor Christus. In de Cueva del Guadalijar vond men keramische vaten uit het Laat-Neolithicum. Later lieten de Romeinen hun sporen na in de vorm van waterputten, aardewerkfragmenten en een aquaduct.
Na de islamitische verovering van 711 groeide de nederzetting Walma, afgeleid van het Arabische "Walda al-ma" of "waterbron", uit tot een belangrijke stad. Illustere families zoals de Banu Yuzzay vestigden zich hier. Een recent opgegraven islamitische begraafplaats bevestigt die aanwezigheid.
Grensplaats tussen twee werelden
Na het uiteenvallen van het Kalifaat van Córdoba werd Walma deel van de Taifa van Elvira. Daarna, tijdens de opmars van de christelijke koningen, belandde het in de frontlinie tussen het Castiliaanse noorden en het Nazaritische koninkrijk Granada.
Eeuwenlang was Huelma een strategisch controlepunt dat toegang gaf tot de vallei van de Jandulilla en de bergpassen van Sierra Mágina. De vesting wisselde meerdere keren van hand, totdat de Castiliaanse legeraanvoerder Íñigo López de Mendoza, markies van Santillana, het kasteel definitief veroverde op 20 april 1438.
Het Castillo-Fortaleza de Alburquerque
Het kasteel van Huelma staat op een rotsachtig uitsteeksel met steile flanken aan alle kanten. Het begon als een Almohaden hisn of albacar, een rurale versterking die een reeks boerderijen beschermde. De originele basis is nog steeds zichtbaar.
Na de definitieve verovering in 1438 werd de Arabische kern uitgebreid met een buitenmuur van meer dan 360 meter, met om de 25 meter een toren. Grote stukken van die muur staan er nog, in opvallend goede staat.
De huidige kasteeltoren dateert uit de 16e eeuw en werd gebouwd in opdracht van de familie De la Cueva, die het heerschap erfde via het huwelijk van Beltrán de la Cueva met doña Mencía in 1462. Twee grote ronde torens met artilleriepoorten domineren het silhouet. Binnenin zijn de resten van de Arabische cisterne en een wachttrap nog te zien.
Het kasteel werd in 1985 uitgeroepen tot Bien de Interés Cultural.
De Kerk van de Onbevlekte Ontvangenis
Na de verovering van Granada in 1492 kreeg Huelma ruimte om te groeien. Die groei is het duidelijkst zichtbaar in de parochiekerk, die vanaf de jaren 1530 werd gebouwd.
De Iglesia de la Inmaculada Concepción is een van de opmerkelijkste voorbeelden van 16e-eeuwse religieuze architectuur in de provincie Jaén. Dat heeft alles te maken met de namen achter het project: Diego de Siloé, Juan de Maeda, Andrés de Vandelvira en Francisco del Castillo "el Mozo" werkten allemaal mee aan dit gebouw.
De stijl evolueert van laat-gotisch naar vroeg-maniëristisch, met het klassieke renaissancisme als dominante taal. De plattegrond is een hallenkerk met drie beuken en zes kruisvormige pijlers. Het zuidportaal doet denken aan Italiaanse renaissancepalazzi.
Bijzonder zijn de gewelven: de cassetteplafonds boven het hoofdaltaar en de korintiaanse pijler in Vandelvira-stijl, een handelsmerk van de zuidelijke renaissance in talloze kerken en kathedralen in Andalusië. De gewelven van het schip werden uitgevoerd door Francisco del Castillo, die ook als beeldhouwer uitblonk.
Huelma voor wie verder kijkt
Huelma combineert Iberische archeologie, middeleeuwse vestingbouw en renaissancearchitectuur op een manier die weinig plaatsen in Andalusië kunnen evenaren. Zonder de drukte van de grote trekpleisters. Met alle ruimte om rustig rond te kijken.
(c) foto en bron: cijhuelmajoven.wixsite.com
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
La Vuelta viert dit jaar zijn 81ste editie en dat wordt geen gewone rittenkoers. Van 22 augustus tot 13 september 2026 trekt het peloton langs de Middellandse Zee, met een absolute primeur op het einde. Andalusië krijgt de eer om de ronde af te sluiten en dat voelt als een echte kroon op het werk.






















