Tien jaar geleden reed je er zo doorheen. San Pedro de Alcántara, Costa del Sol, provincie Málaga, was een doorsnee Spaans stadje met een doorgaande weg, wat terrasjes en een handvol winkeltjes. Alleen locals kwamen naar het strand. Toeristen? Die vond je er nauwelijks.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

Jardines y Palacio de Moratalla (Córdoba): een koninklijk lustpaleis in Andalusië
Midden in de heuvels van Hornachuelos, op een steenworp van het natuurpark Sierra de Hornachuelos, ligt een plek waar de Spaanse geschiedenis nog springlevend is. De Jardines y Palacio de Moratalla combineren acht hectare Franse tuinkunst met een paleis waar koningen kwamen jagen. Je vindt dit bijzondere landgoed aan de A-431, kilometer 40, op de weg van Córdoba naar Palma del Río.
De tuinen werden aangelegd door J.N. Forestier, dezelfde Franse ingenieur die het beroemde Parque de María Luisa in Sevilla ontwierp. Hij baseerde zich op Versailles, maar paste het aan voor het Andalusische klimaat. Het resultaat: een groene oase met fonteinen, waterpartijen en uitzichtpunten over de rivier de Bembézar.
Van Romeinse villa tot koninklijk jachtslot
De geschiedenis van Moratalla gaat ver terug. Op deze plek stond al een Romeinse villa, waarvan nog altijd archeologische sporen te zien zijn. Eén van de Romeinse mozaïeken verhuisde in 1923 naar het Palacio de Viana in Córdoba, waar je hem nog kunt bewonderen.
In de twaalfde eeuw kreeg deze locatie al naam en faam. De geograaf al-Idrisi beschreef Moratalla als een strategische halteplaats op de route van Córdoba naar Sevilla. De plek lag perfect: bij de monding van de Bembézar in de Guadalquivir, waar reizigers overstaken richting Extremadura.
Koning Fernando III veroverde het kasteel in 1240. Daarna wisselde het meerdere keren van eigenaar. In 1681 kocht Francisco Luis Fernández de Córdoba het landgoed, waarmee het markiezaat Moratalla officieel geboren was.
Jachtpartijen met Alfonso XIII
Begin twintigste eeuw beleefde Moratalla zijn gloriejaren. De toenmalige eigenaar, de Markies van Viana, bouwde het paleis uit tot een comfortabel jachtslot. Hij voegde ruime stallen toe en extra gastenkamers, want er kwamen bijzondere gasten.
Tussen 1908 en 1930 logeerde koning Alfonso XIII hier maar liefst dertien keer. Hij kwam voor de monterías, de traditionele Spaanse jachtpartijen die legendarisch waren in deze streek. Het bos rondom Moratalla – toen nog veel uitgebreider dan nu – zat vol met wild. Perfecte jachtgronden dus.
Het paleis zelf was geen pompeus slot, maar eerder een functioneel landhuis met allure. De centrale vleugel heeft drie verdiepingen, aan weerszijden flankeren twee lagere vleugels het gebouw, en aan de uiteinden staan torens met uitzichtbalcons. Boven de hoofdingang prijkt een wit marmeren wapenschild, geflankeerd door sierlijke pilasters die over alle drie de bouwlagen lopen.
Acht hectare Franse tuinarchitectuur
Wat Moratalla echt bijzonder maakt, zijn de tuinen. Forestier schiep hier tussen 1920 en 1930 een meesterwerk van tuinarchitectuur. Hij werkte met drie elementen: wilde vegetatie, architectonisch gevormde groenstructuren en water. Veel water.
Dat laatste is opmerkelijk in Zuid-Spanje, waar water schaars is. Maar Moratalla ligt bij de rivier de Bembézar, wat een overvloed aan water mogelijk maakte. Forestier benutte dit slim met fonteinen, waterpartijen en kunstmatige beekjes die door de tuinen kronkelen.
Drie fonteinen springen eruit. De Fuente del Venado, toegeschreven aan beeldhouwer Benlliure, toont een imposant hert. De Fuente de los Ladrones (letterlijk: fontein van de dieven) heeft waarschijnlijk een lokale legende als inspiratie. En de Fuente de doña Leonor is vernoemd naar een van de zussen van de Markies van Viana.
De tuinen combineren strakke lanen in Versailles-stijl met wilde bospartijen. Je loopt door geometrisch aangelegde paden met geschoren hagen, om vervolgens in een natuurlijk bos te belanden met eeuwenoude steeneiken. Die afwisseling maakt de wandeling spannend.
Erkend als Jardín Artístico
In 1989 kreeg Moratalla officieel de status van Jardín Artístico. Die erkenning krijgen alleen tuinen met uitzonderlijke historische, artistieke of botanische waarde. Moratalla voldoet aan alle criteria.
Tegenwoordig is het landgoed eigendom van de Hertog van Segorbe. Het complex bestaat uit het hoofdgebouw, diverse bijgebouwen voor landbouw en veeteelt, en een kapel met een fraai klokkentorenkje. De meeste gebouwen zijn door de jaren heen gerestaureerd, maar de oorspronkelijke structuur blijft herkenbaar.
Natuurpark op loopafstand
Moratalla ligt aan de rand van het Parque Natural Sierra de Hornachuelos, een van de grootste natuurparken in Andalusië met ruim 60.000 hectare beschermd gebied. De gemeente Hornachuelos zelf is gigantisch: 909 vierkante kilometer, waarmee het op de vijftiende plaats staat van grootste gemeentes in heel Spanje.
Het natuurpark is een paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers. Je vindt er steile berghellingen, dichte mediterrane bossen en kristalheldere beekjes. De fauna is indrukwekkend: zwarte gieren, arenden, Iberische lynxen en wilde zwijnen leven hier. Precies die zwijnen trokken vroeger de koninklijke jagers aan.
Waarom naar Moratalla?
Dit landgoed biedt een unieke combinatie. Waar vind je anders Franse tuinarchitectuur in Andalusisch landschap? Waar wandel je door tuinen waar koningen flaneerden? En waar zie je zo'n perfecte mix van cultuur, geschiedenis en natuur?
Moratalla is bovendien goed bereikbaar vanaf Córdoba (ongeveer 40 kilometer) en vanuit Sevilla (circa 90 kilometer). De route over de A-431 leidt je door typisch Andalusisch landschap met olijfgaarden en witte dorpjes.
Voor liefhebbers van tuinen is dit een must. Forestier ontwierp wereldwijd prachtige parken, maar Moratalla toont zijn talent in een intieme setting. De acht hectare zijn ruim genoeg voor een flinke wandeling, maar overzichtelijk genoeg om je niet te verliezen.
Ook geschiedenisliefhebbers komen aan hun trekken. Van Romeinse mozaïeken tot koninklijke jachtpartijen: elke periode in de Spaanse geschiedenis heeft hier sporen nagelaten. De kapel, de fonteinen, het paleis – elk element vertelt iets over een bepaalde tijd.
Praktische informatie
Het landgoed ligt op kilometer 40 van de A-431, de weg die Córdoba met Palma del Río verbindt. Hornachuelos is de dichtstbijzijnde plaats. Voor bezoektijden en toegangsprijzen kun je het beste vooraf contact opnemen, want Moratalla is nog altijd privébezit en niet altijd open voor publiek.
Combineer je bezoek met een wandeling in het natuurpark Sierra de Hornachuelos. Of rijd door naar het witte dorp Hornachuelos zelf, dat prachtig tegen de bergflank ligt. Vanaf het dorp heb je weids uitzicht over de vallei en zie je hoe groen deze streek is – bijzonder voor Andalusië.
Moratalla laat zien dat Andalusië meer is dan flamenco en strand. Dit is het Andalusië van adellijke landgoederen, koele schaduw onder eeuwenoude bomen en het geluid van stromend water. Het Andalusië waar geschiedenis zich afspeelde in stijl.
(c) foto en bron: cordobaviva.com
Misschien boeien deze berichten u ook?
Plaza de Toros de Marbella, provincie Málaga, is meer dan een stierenvechtarena. Het is een icoon van Andalusische traditie en cultuur, midden in een stad die bruist van leven. De arena trekt jaarlijks duizenden bezoekers voor stierengevechten, concerten en culturele evenementen. Een plek waar historie en modern vermaak elkaar ontmoeten.
Midden in het Andalusische landschap bij Utrera (provincie Sevilla) staat Torre de Lopera. Deze stevige wachttoren hield eeuwenlang de boel in de gaten. Vanuit dit uitkijkpunt kon je zo de Torre del Bollo en het kasteel van Las Aguzaderas zien. Handig als je de vijand aan zag komen. De toren staat op privéterrein, dus even bellen voor je langskomt.


























