Twee verdiepingen vol Spaanse marinegeschiedenis. Dat is het Museo Naval in San Fernando, Cádiz, in een notendop... nee, dat woord mag niet. Gewoon: dit museum pakt groots uit.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Monte Lope-Álvarez (Jaén), het witte dorpje midden in de olijfgaarden
Kleine huizen, witte muren, eindeloze rijen olijfbomen. Monte Lope-Álvarez is een pedanía van Martos, een gehucht in de provincie Jaén, aan de grens met Córdoba. Zo'n 650 inwoners wonen hier, ingebed tussen de heuvels van Andalusië. Rustig, authentiek en ver van de gebaande toeristenpaden.
Een dorpje met diepgang
De naam gaat terug tot 1382. Toen behoorde de monte toe aan een zekere Fray Lope Álvarez. In 1408 vond hier een veldslag plaats tussen christelijke ridders uit Porcuna en Moorse troepen. Later, in de achttiende eeuw, werden de weiden beplant met olijfbomen. En zo werd vloeibaar goud het fundament van de lokale economie.
In de jaren veertig van de vorige eeuw telde het dorp bijna 3.000 inwoners. Drukte, bedrijvigheid, twee grote olijfmolens. Toen de molens in de jaren zeventig werden gemechaniseerd, stroomde de bevolking weg. De dorpelingen noemden het dorp voortaan Los Machines. De machines. Vandaag wonen er nog zo'n 742 mensen, maar die weten zich uitstekend te redden met drie cafés, twee bakkers, een viswinkel en een apotheek.
De martelaar van het dorp
In de dorpskerk hangt een gedenkplaat voor Manuel Aranda Espejo. Hij werd geboren in 1916 en stierf op 8 augustus 1936, neergeschoten in een nabijgelegen olijfgaard tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Zijn misdaad: weigeren te lasteren op God. Kinderen die toevallig water haalden in de buurt, getuigden later van zijn laatste woorden. Simpel en onwankelbaar. De moderne kerk, gebouwd in 1962, herbergt zijn herdenkingskapel. De oude kerk staat er nog, maar blijft achter gesloten hekken.
Virgen del Carmen en de Romería
Al in 1923 trok de processie van de Virgen del Carmen door de straten. Dat weet men omdat Antonio González, een toenmalig oud mannetje, het zich herinnerde omdat hij dat jaar soldaat was. De traditie leeft voort. Elk jaar in mei trekt vrijwel het hele dorp te voet naar Mingo Yuste, een gehuchtje met een eigen kapelletje. De Romería de la Virgen del Carmen is een nacht vol muziek, gezelschap en genoeg om te drinken. Tot in de vroege ochtend.
Martos, de stad vlakbij
Monte Lope-Álvarez behoort tot de gemeente Martos. Die stad heeft meer te bieden dan het op het eerste gezicht lijkt. Twee middeleeuwse vestingen sieren de skyline: de Fortaleza Alta of Castillo de la Peña en de Fortaleza Baja of Castillo de la Villa. Het derde kasteel, het Castillo de la Encomienda del Víboras, ligt iets buiten het centrum.
Wie van kerken houdt, heeft keuze te over. De Real Iglesia Parroquial de Santa Marta aan de Plaza de la Constitución, de Iglesia de Santa María de la Villa met zijn opvallende campanario, de Iglesia de las Reverendas Madres Trinitarias en de Ermita de la Virgen de la Victoria. De Portada de la Iglesia Parroquial de San Francisco is ook een bezoek waard, al is de rest van het gebouw verdwenen.
Rondom de twee historische fonteinen, de Fuente de la Villa en de Fuente Nueva, is het goed toeven. Het cultuurhuis Casa Municipal de Cultura Francisco Delicado aan de Avenida Europa organiseert regelmatig tentoonstellingen en evenementen. En voor wie de geschiedenis wil voelen in steen: het voormalige gerechtsgebouw, de Antigua Cárcel y Cabildo, staat er nog altijd als stadhuis aan de Plaza de la Constitución.
Klein maar compleet
Monte Lope-Álvarez is niet het soort dorp dat schreeuwt om aandacht. Maar wie er binnenrijdt, begrijpt meteen wat Andalusië in de kern is. Witgepleisterde muren, de geur van olijfolie, een terras in de zon en de stilte die alleen bestaat ver van alles. En dan die 360 graden olijfgaarden aan de horizon. Dat is alles. Dat is genoeg.
(c) foto en bron: martos.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
Cazón en adobo, ook wel bienmesabe genoemd, is een klassieker uit de Andalusische keuken. In Cádiz noemen ze het gewoon adobo, punt uit. Iedereen weet dan meteen waarover het gaat. Deze gemarineerde en gefrituurde vis staat op elk terras naast een koud biertje. Krokant vanbuiten, mals vanbinnen en met een pittige kick door komijn en paprikapoeder.





















