Klein van omvang, groot van geschiedenis. El Torno is een pedanía van Jerez de la Frontera in de provincie Cádiz die je niet zomaar vergeet. Rustig, authentiek en doordrenkt van Andalusisch karakter.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Montejícar: tussen de olijfbomen
Montejícar ligt aan de oever van de Río Guadahortuna, aan de voet van de Sierra de Lucena. Deze heuvelrug vormt de natuurlijke grens tussen de provincies Granada en Jaén. Het dorp zelf ademt geschiedenis, met als blikvangers de 16e-eeuwse Iglesia Parroquial de San Andrés en de restanten van een middeleeuws kasteel.
Een landschap vol olijfbomen
Wie Montejícar binnenrijdt, ziet meteen waar het hier om draait: eindeloze velden met olijfbomen. De landbouw is hier al eeuwenlang de drijvende kracht achter de lokale economie. Vooral de productie van olijven en olijfolie speelt een hoofdrol.
Van Romeinen tot Nasriden
In de omgeving van Montejícar zijn resten gevonden van verschillende beschavingen. Archeologen stuitten op aardewerk uit onder andere de Iberische, Romeinse, Kalifaat-, Almohad- en Nasridentijd. Het gebied blijkt een ware schatkist voor wie geïnteresseerd is in oude culturen.
Een strategische plek in turbulente tijden
Tijdens de islamitische periode was Montejícar geen rustig boerendorp. Het was een belangrijke militaire vesting, die een sleutelpositie innam in de verdediging van het Koninkrijk Granada. Van het oorspronkelijke 9e-eeuwse fort zijn nog delen van een muur, een poort en een vierkante toren zichtbaar.
Nieuwe start na de herovering
In 1486 namen de Katholieke Koningen Montejícar in. Twaalf jaar later kreeg het dorp een verplichting opgelegd: voedsel leveren aan Granada, samen met zes andere plaatsen. Na de verdrijving van de Moren raakte Montejícar grotendeels leeg, maar tijdens de regering van Carlos I begon de herbevolking. Dat leidde tot een flinke economische groei.
Smaakvolle tradities uit de streek
Door het landklimaat zijn stevige gerechten hier favoriet. Denk aan Migas, Gachas of Pucheros. Tijdens lokale feesten verschijnen er vaak extra specialiteiten op tafel, zoals Choto of Guiso de tarbinas. Zoete lekkernijen ontbreken ook niet: bij festiviteiten duiken er altijd traditionele taarten en gebakjes op.
Montejícar: historie, heuvels en huisgemaakte smaken
Of je nu door het oude centrum wandelt of een bord warme Gachas voorgeschoteld krijgt – Montejícar laat zich niet in één dag samenvatten. Het is een dorp waar geschiedenis voelbaar is en tradities nog elke dag leven.
(c) foto en bron: www.turgranada.es
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
De níspero komt oorspronkelijk uit China en Japan en vond in de achttiende eeuw zijn weg naar Europa. In het zonnige klimaat van Spanje voelde hij zich meteen thuis. Sayalonga, een dorpje in de Axarquía-regio, provincie Málaga, groeide uit tot de onbetwiste hoofdstad van dit bijzondere fruit. Het microklimaat tussen de Middellandse Zee en de Sierra de Almijara zorgt voor optimale groeiomstandigheden. De kwaliteit van de níspero's uit deze streek is dan ook uitzonderlijk.
Benahadux ligt in de Bajo Andarax, vlakbij de hoofdstad Almería. Het dorp is omringd door fruitbomen en irrigatieland in de riviervallei. Wie verder kijkt, ziet het ruige droge landschap van de laatste uitlopers van de Sierra de Gador. Dat contrast maakt Benahadux meteen bijzonder.






















