Tien jaar geleden reed je er zo doorheen. San Pedro de Alcántara, Costa del Sol, provincie Málaga, was een doorsnee Spaans stadje met een doorgaande weg, wat terrasjes en een handvol winkeltjes. Alleen locals kwamen naar het strand. Toeristen? Die vond je er nauwelijks.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VIND JE ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!

Een reis door de geschiedenis van de pestiño
De pestiño is een stukje geschiedenis dat je knapperig en zoet in één hap proeft. Deze gefrituurde lekkernij is al eeuwenlang onderdeel van de mediterrane en Andalusische keuken. De oorsprong? Die ligt niet bij één volk of één tijdperk. Het recept is het resultaat van eeuwenlange samensmelting van christelijke, joodse en islamitische tradities in Zuid-Spanje.
Romeinse zoetigheid en religieuze rituelen
In de tijd van het Romeinse rijk werden al soortgelijke zoete baksels geserveerd tijdens de Saturnalia, een feestperiode die samenviel met onze carnavalsdagen. De “frictilia”, zoals ze heetten, waren gemaakt van tarwemeel, gefrituurd in reuzel en overgoten met honing. Later omarmde het christendom brood en tarwe als symbolen van heiligheid, terwijl joodse en islamitische keukens ieder op hun manier hun stempel drukten op de pestiño.
Drie culturen, één recept
Van de joodse fijuelas tot de Marokkaanse shebbakiyya en van de christelijke hojuelas tot de Andalusische borrachuelos – ze hebben allemaal iets gemeen: een simpele deegbasis, gefrituurd en daarna zoet gemaakt met honing, siroop of suiker. De fijuelas, door joodse gemeenschappen meegenomen naar onder andere Castilla en Aragón, worden bijvoorbeeld nog steeds bereid tijdens religieuze feestdagen.
Literatuur als kookboek
Dat pestiños niet zomaar een lekkernij zijn, blijkt ook uit de Spaanse literatuur. In La Lozana andaluza (1528) worden ze genoemd in een opsomming van traditionele gerechten. Ook Cervantes verwijst in Don Quijote naar pestiños, net als vele andere auteurs uit de 18e en 19e eeuw.
Spaanse variaties op een klassieker
Door heel Spanje vind je lokale varianten van de pestiño. In Málaga en Cádiz duikt de borrachuelo op, vaak in de vorm van een empanadilla, gevuld met zoete pompoen of boniato. In Extremadura worden de zogeheten prestinos tijdens carnaval gegeten en in Galicia zijn er de orellas de entroido, letterlijk ‘carnavalsoren’. La Mancha heeft de bloemvormige hojuelas die hun oorsprong delen met de joodse fijuelas.
Ook buiten Spanje in de pan
Ook buiten Spanje vinden we pestiño-achtige zoetigheden. In Italië hebben ze chiacchiere, frappe of sfrappole. Het zijn allemaal varianten van gefrituurd deeg, bestrooid met poedersuiker. In Marokko is de shebbakiyya het zoete equivalent van de pestiño, gemaakt met specerijen en ondergedompeld in honing. En in Griekenland zijn er diples, vooral populair rond kerst.
Latijns-Amerikaanse neven en nichten
In Chili worden calzones rotos gegeten tijdens koude winterdagen. Ze lijken qua vorm en bereiding sterk op de pestiño, met een vleugje citrus en een scheutje pisco. In Bolivia vind je tawa-tawas: ruitvormige, gefrituurde deegstukjes, overgoten met suikerrijke siroop. Net als hun Spaanse voorouder worden ze gegeten tijdens religieuze feestdagen en traditionele vieringen.
De pestiño: meer dan een koekje
Wat begon als een eenvoudig gebakje is inmiddels uitgegroeid tot een cultureel symbool. De pestiño verbindt continenten, keukens en geloofsgemeenschappen. En hoewel de ingrediënten vaak gelijk blijven – meel, olie, honing en een snufje traditie – vertelt elke pestiño zijn eigen verhaal. Een verhaal dat je niet alleen proeft, maar ook voelt bij elke hap.
bron: ggelalmirez.com
Misschien boeien deze berichten u ook?
Plaza de Toros de Marbella, provincie Málaga, is meer dan een stierenvechtarena. Het is een icoon van Andalusische traditie en cultuur, midden in een stad die bruist van leven. De arena trekt jaarlijks duizenden bezoekers voor stierengevechten, concerten en culturele evenementen. Een plek waar historie en modern vermaak elkaar ontmoeten.
Midden in het Andalusische landschap bij Utrera (provincie Sevilla) staat Torre de Lopera. Deze stevige wachttoren hield eeuwenlang de boel in de gaten. Vanuit dit uitkijkpunt kon je zo de Torre del Bollo en het kasteel van Las Aguzaderas zien. Handig als je de vijand aan zag komen. De toren staat op privéterrein, dus even bellen voor je langskomt.


























