Klein van omvang, groot van geschiedenis. El Torno is een pedanía van Jerez de la Frontera in de provincie Cádiz die je niet zomaar vergeet. Rustig, authentiek en doordrenkt van Andalusisch karakter.
Spaanse weetjes en nieuws uit Andalusië

Rabo de Toro: stoofpot met karakter
Rabo de toro is een van die Spaanse gerechten die je niet vergeet. Een stevige stoof van stiertail of ossenstaart die urenlang suddert tot het vlees bijna vanzelf van het bot glijdt. Het resultaat: een diepe saus, zacht vlees en comfortfood zoals alleen Spanje dat kan.
Van Rome tot Córdoba
Hoewel de stoof zijn wortels al in de Romeinse tijd heeft, kreeg hij zijn echte vorm in Andalusië. Vooral in Córdoba groeide rabo de toro uit tot hét gerecht na een dag in de arena. Inmiddels staat het in heel Spanje op de kaart, van tapasbars in Madrid tot traditionele keukens in Sevilla. Elke kok zweert bij zijn eigen draai: rode wijn, sherry of een scheut brandy.
Wat zit er in de pan?
De basis is simpel maar krachtig. Ossenstaart voor dat rijke, gelatineuze vlees. Ui, prei, knoflook en paprika die zorgen voor een smaakvol fundament. Rode wijn en bouillon die alles verbinden tot een saus waar je brood in wilt dopen. En dan de kruidige accenten: laurier, kruidnagel en soms een vleugje gember voor extra pit.
Variaties op de klassieker
Geen ossenstaart in huis? Osso buco, rundernek of kalfsschenkel werken net zo goed. Voor de wijn mag je gerust experimenteren met sherry of brandy. Sommige thuiskoks voegen champignons of zilveruitjes toe voor extra bite.
Hoe maak je rabo de toro?
-
Bestrooi de stukken vlees met zout, peper en een beetje bloem.
-
Bak ze rondom bruin in olijfolie en leg ze even apart.
-
Fruit ui, prei, knoflook, paprika en tomaat tot ze zacht zijn. Voeg daarna wortel, laurier, gember en kruidnagel toe.
-
Vlees terug in de pan, rode wijn en bouillon erbij, en dan rustig laten pruttelen. Reken op drie tot vier uur suddertijd.
-
Als het vlees bijna van het bot valt, pureer je de saus en gaat alles weer samen terug de pan in.
Lekker erbij
Rabo de toro smaakt het beste met iets dat de saus kan opvangen. Patatas fritas, aardappelpuree of een stevige schep rijst doen het allemaal goed. En nog beter: maak de stoof een dag van tevoren. De smaken zijn dan nog voller.
(c) foto: Omar Allibhoy - The Spanish Chef
___
Misschien boeien deze berichten u ook?
De níspero komt oorspronkelijk uit China en Japan en vond in de achttiende eeuw zijn weg naar Europa. In het zonnige klimaat van Spanje voelde hij zich meteen thuis. Sayalonga, een dorpje in de Axarquía-regio, provincie Málaga, groeide uit tot de onbetwiste hoofdstad van dit bijzondere fruit. Het microklimaat tussen de Middellandse Zee en de Sierra de Almijara zorgt voor optimale groeiomstandigheden. De kwaliteit van de níspero's uit deze streek is dan ook uitzonderlijk.
Benahadux ligt in de Bajo Andarax, vlakbij de hoofdstad Almería. Het dorp is omringd door fruitbomen en irrigatieland in de riviervallei. Wie verder kijkt, ziet het ruige droge landschap van de laatste uitlopers van de Sierra de Gador. Dat contrast maakt Benahadux meteen bijzonder.






















