Klein van formaat, groot van karakter. Fuente-Tójar is het minste dorp in het Subbética-gebied in de provincie Córdoba, maar wat het te bieden heeft, verbaasd je. Hier stap je zo een andere wereld binnen: eentje van olijfgaarden, muurschilderingen, Iberische geschiedenis en een levende volkstraditie die al eeuwen meegaat.
IN HET NIEUWS UIT ANDALUSIË VINDT U ALTIJD IETS INTERESSANTS EN SPANNENDS OM TE LEZEN!
Het Cabildo Catedral van Córdoba boekt opnieuw vooruitgang in de zorg voor de Mezquita-Catedral. De Provinciale Erfgoedcommissie gaf groen licht voor de restauratie van het dak van de Capilla de Santa Inés. Een belangrijke stap, want de kapel kampt al jaren met ernstige waterproblemen.
Geen alcohol, wel volop smaak. In de havensteden Cádiz en Sevilla weten ze dat als geen ander. De Andalusische drankcultuur draait om frisheid, pit en lokale ingrediënten. En die combinatie werkt verrassend goed zonder een druppel sherry.
La Atalaya is een pedanía, een gehucht, dat hoort bij Cañete la Real, provincie Málaga. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, al vanaf het allereerste begin. Op slechts 8 kilometer van het stadscentrum van Cañete la Real ligt dit karaktervolle buurtschap. Zonder het één bestaat het ander gewoon niet.
Alpandeire ligt op bijna 700 meter hoogte in de Serranía de Ronda. Het dorp klimt omhoog langs een heuvelflank, met smalle straatjes die alle kanten op schieten. Bovenaan waakt het kerkhof over het geheel. Beneden bruist het rustig wit, authentiek en bijna tijdloos.
Dit is een van de kleinste dorpjes in de provincie Málaga. En net dat maakt het zo bijzonder.
Wie door Coín, provincie Málaga, wandelt, stoot vroeg of laat op dit indrukwekkende kloostercomplex. Het Antiguo Convento de Santa María de la Encarnación staat niet zomaar in de straat. Sinds 2008 draagt het de officiële BIC-classificatie, een Bien de Interés Cultural uitgereikt door de Junta de Andalucía. Dat zegt genoeg.
Ochavillo del Río ligt in de vallei van de Guadalquivir, ingeklemd tussen Palma del Río, Fuente Palmera en Posadas. Het dorp kijkt net over de grens van de provincie Sevilla. Administratief hoort het bij Fuente Palmera, op 6,4 kilometer van het gemeentehuis. Córdoba ligt op 41 kilometer.
De níspero komt oorspronkelijk uit China en Japan en vond in de achttiende eeuw zijn weg naar Europa. In het zonnige klimaat van Spanje voelde hij zich meteen thuis. Sayalonga, een dorpje in de Axarquía-regio, provincie Málaga, groeide uit tot de onbetwiste hoofdstad van dit bijzondere fruit. Het microklimaat tussen de Middellandse Zee en de Sierra de Almijara zorgt voor optimale groeiomstandigheden. De kwaliteit van de níspero's uit deze streek is dan ook uitzonderlijk.
Benahadux ligt in de Bajo Andarax, vlakbij de hoofdstad Almería. Het dorp is omringd door fruitbomen en irrigatieland in de riviervallei. Wie verder kijkt, ziet het ruige droge landschap van de laatste uitlopers van de Sierra de Gador. Dat contrast maakt Benahadux meteen bijzonder.
Wie Torre Alháquime binnenrijdt, ziet hem meteen. El Santo, zoals de locals het monument Sagrado Corazón de Jesús noemen, staat er al sinds 1952 en is niet weg te denken uit het straatbeeld van dit witte dorpje in de Sierra de Cádiz.
Koude soep met sinaasappel? Ja, echt. En nee, het is geen gazpacho. De porra de naranja is een eigen verhaal — wacht, dat woord mag niet. De porra de naranja is een apart hoofdstuk in de Andalusische keuken. Dikker, voller, ouder ook.
Smalle straatjes, bochtige steegjes en groene pleinen. Het Casco Antiguo (historisch centrum) van Estepona in de provincie Málaga, is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de aantrekkelijkste en best bewaarde oude stadskernen van de Costa del Sol. Wie er eenmaal doorloopt, wil niet meer weg.
Vlak aan de rand van Cabra, in de provincie Córdoba, borrelt water op uit de bodem. Hier, aan de zuidoostelijke uithoek van de stad, ontspringt de rivier de Cabra. Dat maakt La Fuente del Río meteen bijzonder. Het is letterlijk het begin van alles.
Córdoba heeft veel te bieden, maar de Ruta de los Patios steelt de show. Grupo de Patios organiseert deze rondleiding al meer dan tien jaar vanuit de wijk Alcázar Viejo — een van de meest historische buurten van de stad. Tabernas, volksrestaurants en typisch Cordobese gerechten: de sfeer zit er meteen in.
Wie denkt dat Andalusische dorpjes allemaal op elkaar lijken, heeft Macharaviaya nog niet gezien. Dit witte dorp in de Axarquía, provincie Málaga, een kleine twintig kilometer van Málaga, heeft een geschiedenis die veel verder reikt dan zijn bescheiden omvang doet vermoeden.
Paradas is een van die dorpen waar de tijd iets langzamer lijkt te gaan. In de provincie Sevilla, midden in de vlakke La Campiña, ligt dit kleine plaatsje dat al sinds de Romeinse tijd reizigers ontving. De naam zegt het zelf: Paradas betekent "stops". En dat was het eeuwenlang ook, een natuurlijk rustpunt tussen de rivierbekkens van de Corbones en de Guadaíra.
Witte huizen, smalle straatjes en uitzichten die je adem inhouden. Algatocín is een van die dorpjes in de Serranía de Ronda die je niet snel vergeet. Het ligt in de provincie Málaga, ingeklemd tussen de rivieren Genal en Guadiaro, midden in een landschap van kastanje- en kurkeikenbossen.
Rubite, in de provincie Granada, ligt verscholen in de Sierra de la Contraviesa, op amper vijftien kilometer van de kust. Vanuit dit typische Alpujarradorp kijk je letterlijk uit over de Middellandse Zee. De smalle, steile straten kronkelen omhoog tussen huizen die volledig opgaan in het ruige landschap. Bergen én zee in één blik. Dat is Rubite.
Cola de toro, of rabo de toro, is misschien wel het meest geliefde stoofgerecht uit de Andalusische keuken. Ossenstaart, rode wijn of sherry, groenten en een flinke dosis geduld. Meer heb je niet nodig voor een bord vol intense smaak.





















